Begin
april 1949 verhuisde de compagnie van Loemadjang naar het
gebied rond Pasoeroean en kwam terecht in Gondang-Wetan,
Gratie, Redjoso, Ngoeling, Oemboelan, Pasrepan, Poespo en
Plered. Voorheen zat hier 2-10 RI dat repatrieerde.
Het was een schijnbaar rustig gebied., omdat de
republikeinse voorstanders de opdracht hadden gekregen
elk vuurcontact met het Nederlandse leger te vermijden.
Toch werden regelmatig telefoonverbindingen doorgesneden,
wegen versperd en bruggen vernield.
Bij een beschieting van de fouragewagen, op weg naar
Gondang-Wetan, sneuvelde helaas een soldaat en werd een
tweede gewond. Ook de weg naar Poespo lag vaak onder vuur,
zodat drie leden van het bataljon verwondingen opliepen.
Men stond hier vrijwel machteloos tegenover, want de
bevolking zweeg en werkte in het geheim mee aan de
hinderlagen. Iedere hulp aan de "blanda's" werd
nl. met moord en ontvoering gestraft door de
republikeinen.
Na de "cease fire" van 11 augustus werden er
besprekingen gevoerd met de TNI en werd de compagnie
verspreid over Tjermee, Boeloredjo, Balongpangang, Soegio,
Soekodadi en Doedoeksampean.
Hier startte men drie jaar geleden om de gebieden te
herstellen met orde en vrede, zoals men de soldaten had
verteld. Nu leek het erop alsof al die jaren voor niets
waren geweest, daar ze (terug)gegeven werden aan de
republikeinen. |