| In het Kanaal was het weer
prachtig en het overgrote deel van de passagiers hing
over de railing voor zover ze nog niet waren gecharterd
of door volijverige officieren werden lastig gevallen met
Maleise les, tropenkennis en andere nuttige
wetenschapszaken, waartoe bijkbaar ook de sloepenrol
behoorde, die reeds de eerste morgen met veel geloei werd
aangekondigd. Op deskundige wijze werd men ingelicht over
een eventuele verdrinkingsdood en geruster dan ooit zag
men de vier weken op het water tegemoet. |
|
| Veel lof was er voor de
keuken, want die was prima. Zo prima dat de meesten al
spoedig een aanzienlijke gewichtstoename konden boeken,
als men tenminste geen verlies leed door zeeziekte en
haar onafscheidelijke gevolgen. De eersten maakten daar
kennis mee in de Golf van Biskaje.Tientallen lagen groen
en geel te bed om niet meer overeind te komen voor de
rustige Middellandse Zee bereikt was. Ter hoogte van
Spanje dreven regenzware wolken over en de golven staken
hun koppen omhoog. |
| |
De eerste bezienswaardigheid
was de rots van Gibraltar. Op een afstand werd er omheen
gedraaid en werd verder gevaren op het kalmblauwe water
tussen Europa en Afrika. Het werd warmer en de een na de
ander schoot z'n tropenkleren aan. Dekens waren 's nachts
vrijwel niet meer nodig. De Geestelijke Verzorging had er
inmiddels voor gezorgd, dat het godsdienstige leven
zoveel mogelijk zijn normale gang ging. 's Morgens werd
door de aalmoezeniers Fritschy en Verrift de mis
opgedragen, terwijl de 65-jarige dominee Terlet kwiek van
de een naar de ander liep en zich vol enthousiasme aan de
protestanten wijdde. Dagelijks waren deze drie mensen in
de weer en vele honderden vertrouwelijke gesprekken
werden door hen tijdens de reis gevoerd.
|
|
| |
Op 7 oktober werd
het Suez-kanaal binnengevaren en na al het water zag men
eindelijk weer eens land. ln de namiddag doemde Port Said
op. Port Said met zijn strand en boulevards, met z'n
havenwerken en grote gebouwen, met z'n Simon Arzt en zijn
schreeuwende kooplieden. Aan alle kanten werd de "Kota
Agoeng" omringd door bootjes, volgeladen met
sigaretten, tapijten, lederwaren en dadels en er werd
enthousiast gehandeld, waarbij meer dan eens de
Nederlandse koopmansgeest het af moest leggen tegen de
Oosterse taaiheid en slimheid.
|
 |
'Zoompost';
contactblad via de radio-dienst aan boord van de
Kota Agoeng
|
|
| |
|
|
Het
grootse Suez-kanaal werd in enkele uren geklaard en
daarna werd via de Golf van Aden, de Indische Oceaan
opgevaren linea recta naar Sumatra opgestoomd, waar 3-3
R.I. in Medan zou
achtergelaten worden.Niet echter zonder dat op een nacht
een zuiger van een van de twee dieselmotoren vastliep
waardoor onverbrand gas met een daverende knal ontplofte.
Een explosie als van een V-1, vuurgloed uit de pijp,
geschreeuw, brandaIarm.De medische dienst nam direct
maatregelen om gewonden te verzorgen en een der
officieren had z'n revolver al geladen om zich te kunnen
verdedigen tegen de haaien! Het schip moest op één
motor verder varen. |
| Op zondag 20 oktober vond een
grote plechtigheid plaats aan boord van de "Kota
Agoeng". De bataljons 3-3 RI en 3-5 RI stonden
vrijwel voltallig aangetreden om onder leiding van hun
geestelijke verzorgers en in tegenwoordigheid van de
gezagvoerder en de CO plechtig te beloven, tijdens het
verblijf in lndië, alle wetten te onderhouden en onder
alle omstandigheden trouw te blijven. Aalmoezenier
Fritschy hield een toespraak
die voor velen een steun werd in de eerste moeiljke tijd
en waarvan de opwekkende kracht nog maandenlang nawerkte.
Ook dominee Terlet en aalmoezenier Verrijt spraken
stimulerende woorden en de hele plechtigheid maakte op
allen een diepe indruk. Dezelfde plechtigheid werd in de
Java-zee voor de aankomst te Soerabaja nog eens herhaald
voor 3-5 RI. Tenslotte werd dan op 23 oktober Sabang, het
eerste stukje Indië bereikt. |
Kolonel Scholten
 |
|
| Men
mocht aan wal en kon voor het eerst na zoveel jaren
genieten van pisangs, klappers en meloenen in onbeperkte
hoeveelheden. Men stond oog in oog met het merkwaardige
oosterse leven, temidden waarvan ruim drie jaar geleefd
zou worden . . . maar dat wist men toen nog niet. Rond
het middaguur was het schip klaar met bunkeren en voer
naar Belawan,
waar 3-3 RI met bestemming Medan, het schip zou verlaten.
Een etmaal later arriveerde men in Belawan aan
de kade, waar zich honderden mensen hadden verzameld als
verwelkoming. Een geweIdig hoera-geroep ging er op en het
bleek, dat de mensen van 3-3 RI een zeer welkome
aanvulling van de bezetting waren. Kolonel
Scholten, commandant van de X-Brigade,
sprak hen toe en gaf een klein idee van de toestand:
verward, chaotisch, Medan slechts half bevrijd,
betrekkelijke veiligheid, activiteit van extremisten,
matige verzorging van de troep. Op 25 oktober werden
Bataljon en materieel ontscheept en er werd van de
gelegenheid gebruik gemaakt om het stadje te verkennen,
als gasten van de daar gelegerde Ghurka's. Het was
aanmerkelijk stiller aan boord tijdens de laatste etappe
van de reis. De resterende dagen werden doorgebracht met
voorbereidingen voor de eigen ontscheping. Die kwam
tenslotte. Woensdag 30 oktober werd men verwelkomd door gen-maj.
de Bruyne en kolonel Vermeulen (ook
wel "Ome Gerrit" genoemd), waarvan de laatste
bemoedigende woorden sprak in de trant van "een
gespreid bedje" en een niet te zware taak. |
| |
|