Algemeen:
Voor de Nederlandse regering
was de tweede politionele actie een wanhoopsoffensief.
Zij voelde dat het tij begon te keren. Zowel in militair
als in diplomatiek opzicht werd de positie van de
republiek steeds sterker. Bovendien zou, aldus generaal
Spoor, Nederland wegens de aanstaande demobilisatie van
verschillende onderdelen, in 1949 niet langer tot een
grootschalig offensief in staat zijn. Het was nu of nooit.
Zijn operatieplan liet in ieder geval aan duidelijkheid
niets te wensen over. Met het bezetten van Midden- en
Oost-Java en het arresteren van de Republikeinse
politieke en militaire top in de hoofdstad Djokjakarta
moest de republiek worden 'onthoofd'. Hierbij zou de
hoofdrol, zijn weggelegd voor de (para)commando's van het
Korps Speciale Troepen (KST)
en onderdelen van de T-Brigade.
Onderdelen van de A- en
B-Divisie
moesten ondertussen andere Republikeinse steden op Midden-
en Oost-Java innemen en -gezien het gevaar van een
voortdurende guerrilla - zoveel mogelijk eenheden van de
TNI uitschakelen. Het operatieplan voor Java voorzag
verder in het bezetten van de westpunt van Java (Bantam)
door een gevechtsgroep van de 7 December divisie. Op
Sumatra moest de U-Brigade
Fort de Kock veroveren, terwijl de troepen rond Medan en
Palembang hun bruggenhoofden fors zouden uitbreiden.
De
verovering
van Djokjakarta en de
gevangenneming van de vrijwel voltallige Republikeinse
regering waren binnen enkele uren voltooid met
uitzondering van de opperbevelhebber Soedirman.
Na een tocht van drie dagen bereikte de U-brigade
haar doel. De verovering van de beide hoofdsteden en de
drie luchtlandingsoperaties van het KST op
Java en Sumatra, vormden de spectaculaire hoogtepunten
van operatie Kraai. De omvangrijke bezettingsacties op
Java en Sumatra, waarbij de TNI een beslissende slag
moest worden toegebracht, waren in militair opzicht
echter minstens zo belangrijk.
Een gevechtsgroep van de B-Divisie
en de brigades van de A~Divisie
ondervonden hierbij in het noorden van Midden~Java en bij
de opmars vanuit Oost- Java nog de meeste tegenstand. De
vele vernielde bruggen en de ontelbare wegversperringen
en tankvallen zorgden voor verder oponthoud. Hierdoor
wisten de meeste TNI eenheden aan omsingeling te ontkomen.
Zij trokken zich in bergachtige streken terug om de
guerrilla later te kunnen hervatten.
Voor de brigades op Noord en Zuid-Sumatra vormden de
slechte weersomstandigheden, het ruige terrein en de vele
vernielde wegen en bruggen de grootste obstakels.
Desondanks wisten zij het bezette gebied in het noorden
tot voorbij het Tobameer uit te breiden en kwam in het
zuiden onder meer Benkoelen in Nederlandse handen.
Op het eerste gezicht kon de legerleiding al met al
tevreden zijn over het verloop van Operatie Kraai. Het
leek aanvankelijk geen overkomelijk probleem dat het
overgrote deel van de TNI de dans had weten te
ontspringen. De legerleiding verwachtte namelijk dat de
arrestatie van de Republikeinse politieke kopstukken een
demoraliserend effect op de uiteengedreven troepen zou
hebben. Dat de opmars niet overal even voorspoedig was
verlopen, was evenmin van invloed op de stemming onder de
Nederlandse troepen. Pas nadat de Nederlandse regering
operatie Kraai onder grote internationale druk op 5
januari 1949 had stopgezet, konden zij het herstelwerk
structureel gaan aanpakken.
3-5:
De Renville-overeenkomst,
gesloten op 16 Januari 1948, had aanvankelijk succes
gesorteerd. Er was rust gekomen langs de status-quo
lijnen en in de gebieden onder Nederlands gezag werd met
enthousiasme gewerkt aan de wederopbouw. Tientallen
fabrieksgebouwen herrezen, duizenden hectaren werden
opnieuw beplant, huizen, wegen en bruggen werden hersteld
en overal ontmoette men opgewekte mensen, die eindelijk
na jarenlang wachten weer aan de slag hadden kunnen gaan.
De oude planters beweerden nog steeds dat 't het "Indië
van voor de oorlog" niet meer was en ook nooit meer
worden zou. Het werk was nuttig geweest en niet alleen de
rijke ondernemingen, maar ook de bevolking profiteerde
ervan. Er werd gedacht dat er nu zo langzamerhand ook wel
een volledige overeenstemming op politiek gebied zou
komen. Niets was minder waar. De republikeinse
vertegenwoordiging bleef eisen stellen van de eerdere
toezeggingen werd telkens een stukje teruggedraaid. Met
geduld bleven de Nederlanders onderhandelen; geholpen
door de Commissie van Goede Diensten . . . van de wal in
de sloot. Over geen enkel onderwerp werd men het eens. De
terugslag daarvan werd steeds meer merkbaar op militair
terrein: het begon met doodgewone diefstallen (de jas van
de aalmoezenier, de uitrusting van sergeant Tromp, de
geweren van de 3e Compagnie, de
koeien van de achterbuurman, enz.), zette zich voort in
georganiseerde rampokpartijen en ontaardde tenslotte in
een reeks beschietingen en overvallen, die veel
gelijkenis vertoonden met die van voor de eerste actie,
maar die hen overtroffen in hevigheid en aantal.De goede
stemming in het bataljon daalde. Het geloof in een
demobilisatie "voor Kerstmis", werd voor de
zoveelste maal geschokt. Wel werd het werk nog gedaan als
voorheen en wel bleef Cas actief op elk gebied, maar het
vuur van een half jaar tevoren was verdwenen en over de
hele linie vertoonden zich tekenen van vermoeidheid. Het
bataljon was moe, moe van al het patrouille-lopen, moe
van het uren op wacht staan, moe van de tienduizenden
kilometers in jeeps of drietonners, moe van de duizenden
rapporten, moe van het vele verhuizen, moe van het lange
wachten ... En toch wachtte nog een zware taak. Op 4
December waren bij de verschillende compagnieën de Eretekens
voor Orde en Vrede uitgereikt, op 6
December werd een kalme Sinterklaas gevierd en men ging
zich opmaken om het Kerstfeest zo waardig mogelijk te
vieren, toen als een donderslag bij heldere hemel het
bericht kwam: "Klaar maken voor actie ".
|
In de nacht van vrijdag 17 op
zaterdag 18 december zou die beginnen en het was deze
keer zo' n volslagen verrassing, dat velen zich op
vrijdagmorgen nog verwonderd afvroegen, waarom de leden
van de Merry Tramps ineens weer werden teruggeplaatst
naar hun tirailleur-compagnieën. Ditmaal was het de 3e Compagnie,
die het grootste aandeel kreeg. De andere compagnieën
waren vanuit hun respectievelijke standplaatsen
teruggetrokken op Soerabaja voor het verrichten van
wachtdiensten en als reserve. Op de avond van vrijdag 18
December werden dan tirailleurs, mortieristen,
mitraillisten, mensen van de verbindingsdienst
samengetrokken in Sebaloeh, waar ook een compagnie van 2-15
R.I. en 2 compagnieën KNIL verzameld waren.De opdracht
van de laatste was : langs omwegen naar de Ngantang
vallei trekken en daar de Kali Konto-werken bezetten.
Alles was bijna in orde toen de order : "actie 24
uur uitstellen" kwam. Maar precies om middernacht
vertrokken de KNIL eenheden. De tweede politionele actie
was begonnen...........
|
De 4e
cie die op 9 december Girimojo
had verlaten, na daar bijna een jaar verbleven te hebben,
trok via de Darmo-kazerne en de Marinierskazerne in
Soerabaja, naar het oosten naar de omgeving van
Loemadjang. Van hieruit werden o.m. op 10 januari 1949 de
kampongs Kraton en Karangredjo gesweept. In de loop van
februari kwamen eenheden van de 4e
cie terecht in Grobogan bij de
verkeersbrug, bij de baileybrug in Soekodono en bij
Josowilangoen.
|