In de nacht van 16 op 17 augustus 1945 kwam een groep mannen bijelkaar in een huis in Batavia, de hoofdstad van Nederlands Oost-Indië om een lang verwachte droom te realiseren. Deze mannen waren nationalisten, ze behoorden tot een deel van de inheemse bevolking dat maar één doel voor ogen had: het verdrijven van de Nederlanders uit hun land. Nu zagen ze de tijd rijp, immers twee dagen geleden was de oorlog met Japan geeindigd in de overgave aan de geallieerden. Een
van de Japanse bevelhebbers, vice admiraal Mayeda, stelde
gelijk na de overgave zijn woning beschikbaar aan de
Indonesische leiders. Een deel van deze leiders was lid
van een groepering genaamd "Commissie ter
voorbereiding van de onafhankelijkheid". De
belangrijkste man, deze avond, was een 45 jarige
ingenieur, Soekarno.
Samen met steun van Hatta, schreef hij die nacht een aantal woorden op die een eind zouden maken aan de afhankelijkheid van Nederland: "Wij, het volk van Indonesië, proclameren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië.Alle aangelegenheden die betrekking hebben op de overdracht zullen op een ordelijke manier worden geregeld." Deze tekst werd om tien uur 's morgens voorgelezen vanuit het huis van Soekarno. Deze ietwat onordelijke plechtigheid werd bijgewoond door een grote groep mensen die uit heel Batavia was samengestroomd. Tot slot werd het volkslied gezongen en een roodwitte vlag gehesen. De
eerste reactie op de proclamatie kwam van Japanse zijde.Het
Japanse leger trok op 19 augustus 1945 op naar het
Koningsplein in Batavia om daar een bijeenkomst, geleid
door de tot eerste president van de Republiek Indonesië,
ir. Soekarno, uiteen te drijven. Al spoedig werden de
tanks teruggeroepen. In de weken na 19 augustus werd het leger van de nieuwe republiek gevormd. Van de verschillende loslopende gevechtsgroepen, zoals o.m de Hizbullah en de Sabilillah, de BPRI en de Lasjkar Rakjat, trachtte Oerip Soemohardjo een hecht leger te vormen die de 'Tentara Republik Indonesia' zou gaan heten. Al snel waren erop papier 16 divisies gevormd, tien op Java en zes op Sumatra. Aan inzet en vechtlust ontbrak het niet, echter wel aan wapens. Deze werden afgedwongen bij de Japanse commandanten, die ze soms redelijk snel overhandigden, soms ook echter na harde gevechten. Gevechtshandelingen
Toen generaal
Nasoetion van de 3e TRI-divisie, twee
orders kreeg, één van de regering in Batavia, de ander
vanuit het legerhoofdkwartier in Djokja, werd besloten om
de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen: de
stad zou worden verlaten, maar werd wel in brand gestoken.
Verantwoordelijk voor de order uit Djokja, om de stad
niet zonder meer prijs te geven, was Soedirman,
opperbevelhebber van het Indonesische leger, voormalig
onderwijzer en voormalig commandant van de 4e divisie.
Ook in Soerabaja, de havenstad op Oost-Java, werd hard
gevochten tussen de TRI en de Britse troepen. Pas na het
inzetten van tanks en vliegtuigen kregen de Britten de
overhand. Maar toen waren al meer dan 6000 Indonesiërs
en 400 Britten omgekomen. Meldingen over al hetgeen zich in de kolonie afspeelden, bereikten uiteindelijk ook de regering in Den Haag.Het besef werd duidelijk dat ingrijpen door Nederland alleen kon gebeuren met een troepenmacht. Op dat tijdstip, eind 1945, waren er twee brigades die ingezet kon worden: De Prinses Irene brigade en de in de VS gelegerde Mariniersbrigade. Toen deze twee eenheden in Batavia aankwamen, werden ze door de Britten tegengehouden. Samen met andere, uit Nederland overgevaren infanteriebataljons, moest men een gedwongen wachttijd op Malakka ondergaan. Daarnaast had men nog de beschikking over troepen die uit het KNIL voortkwamen. Uiteindelijk werden de troepen ingezet eind '45 en begin '46: de bezetting van de eilanden Bali, Lombok, Banka en Poelau Weh. (Na Celebes en Borneo kreeg men pas in de tweede helft van 1946 toestemming van de Britten om ook op Java en Sumatra op te treden en de gebieden over te nemen die tot dan toe onder Britse invloed waren geweest.) Uiteindelijk
werd de troepenmacht van Nederland gebracht op meer dan
120.000 man. Een groot gedeelte bestond uit
dienstplichtigen die na de oorlog weer opgeroepen werden.
Formeel kon men op dat moment geen dienstplichtigen uitzenden, want dit
was in strijd met de grondwet. De wet werd weliswaar aangepast en werd
formeel in 1947 toen er al duizenden dienstplichtigen in
Nederlands-Indië gelegerd waren. Tussen
de twee legermachten, TRI enerzijds, en het Nederlandse
leger anderzijds, moest het wel tot een treffen komen. De
schietpartijen over en weer namen toe. Gevochten werd er
om iedere vierkante centimeter. Ondanks dat de TRI op
papier tien divisies had, bleek dat er in werkelijkheid
qua grootte maar vier waren. Zouden deze opgewassen zijn
tegen de modernere legerbrigades van Nederland? Of zou de
steun die Indonesië verwachtte van het liberale Amerika
en van de VN genoeg zijn om Nederland tot andere
gedachten te dwingen? Zo kwam het dat na vele
schermutselingen er een soort van wapenstilstand
overeengekomen werd. Aldus werd in overleg besloten tot een wapenstilstand en een demarcatielijn, die door beide partijen gerespecteerd werd totdat er een oplossing op politiek gebied gevonden zou zijn. Toch werden over en weer deze afspraken geschonden. Dat kwam enerzijds voort doordat aan Indonesische kant de regering de afzonderlijke gewapende groeperingen niet in de hand had, anderzijds werd door Nederlandse commandanten op eigen initiatief gehandeld. Soms waren dit kleine en onbeduidende handelwijzen, soms nam het de omvang van een grotere operatie aan, zoals bij Soerabaja waar de A-divisie gelegerd was en met steun van tanks en artillerie aanvallen op TRI-divisies werden ondernomen. Tijdens
deze over-en-weer-gaande beschietingen bleef men aan de
onderhandelingstafel druk werken aan een oplossing. De
Nederlandse onderhandelaar, Van
Mook, was ervan overtuigd dat er
nog heel wat uit te slepen was in de gesprekken met de
Indonesische delegatie. Terug naar de periode van voor de
Tweede Wereldoorlog was een niet te realiseren
uitgangspunt, was de mening van Van Mook. In Den Haag was
men verdeeld over de wijze waarop Van Mook onderhandelde.
Orde en plicht moest er weer komen, aldus een aantal
bewindslieden. De Indonesische onderhandelaar, Sjahrir,
vond dat er niet getornd kon worden aan de
onafhankelijkheid en wilde eigenlijk alleen maar praten
over de toekomst tussen het Nederland en Indonesië.
Doordat in deze onderhandelingstijd de troepenmacht van
Nederland in dit gebied alleen maar groter en groter werd,
gingen de Indonesische onderhandelaars uiteindelijk in
november 1946 accoord met een verdrag dat bekend staat
als het 'accoord van Lingadjatti', genoemd naar een
bergdorpje bij Cheribon op Java. Bepaald werd o.m. dat
Nederland het gezag van de nieuw gevormde republiek zou
erkennen en dat een Indonesische 'Unie' contacten zou
houden met Nederland. In werkelijkheid wilden zowel
Nederland alswel Indonesië iets totaal anders. In Den
Haag werd het accoord anders opgevat dan dat op Java
bedoeld was. De wijzigingen die Nederland wilde
aanbrengen werden als een ultimatum aan de andere zijde
overgebracht: een overgangsbewind o.l.v. Nederland en
troepen in alle gebieden waar Nederlandse ondernemingen
gevestigd waren. De Nederlandse troepenmacht, onder bevel van generaal Spoor, werd steeds meer uitgebreid en in staat van paraatheid gebracht. Het in Nederland ontwikkelde militaire plan om in eerste instantie de regeringscentra van de Republiek in Semarang en Djokjakarta te consolideren, werd op advies van een kolonel gewijzigd in een aanval op de verovering van economische doelen: die gebieden waar zich fabrieken, rijstvelden en plantages bevonden. Omdat een aanvalsplan door het buitenland gezien kon worden als een duidelijke vorm van agressie, sprak men in Den Haag meer over een operatie tot herstel van orde en veiligheid. Een actie onder de naam "Product". Op Java bestond de troepenmacht uit de reeds eerder genoemde '7 December Divisie', de 'B'- en de 'A'-divisie, die resp. op West-Java, Midden Java en Oost-Java gelegerd waren. De 7 December Divisie bestond o.m. uit drie brigades. De 'B' divisie uit de V-brigade en de W-brigade. Rond Semarang was de T-brigade gelegerd en rond Soerabaja de X-brigade met de Mariniersbrigade. De Z-brigade, de U-brigade en de Y-brigade waren op Sumatra gelegerd. Vanaf mei 1947 waren veel onafhankelijke strijdgroepen opgenomen in het reguliere leger. Vanaf dat moment sprak men van 'Tentara National Indonesia', kortweg TNI. Tegenover
de '7 December Divisie' op West-Java lag de 1e TNI (
Siliwangi ) divisie in een groot gebied tussen Bandoeng
en Buitenzorg. Midden-Java was ingenomen door de 2e TNI (
Goenoengdjatti ) divisie. Tegenover de T-brigade lag in
de omgeving van Djokjakarta de 3e TNI (Diponegoro )
divisie. Iets verder naar het noordoosten de 4e TNI (
Senopati ) divisie en rond Soerabaja en Malang lagen de 5e
TNI ( Rongolawa ) , de 6e TNI ( Brawijaya ) en 7e TNI (
Suropati ) divisie.
Juni 1947: de kaarten waren geschud en lagen klaar; het wachten was nu op officiële bevelen. De Republikeinse regering bleef weigeren de keiharde Nederlandse voorwaarden voor een overgangsregeling te aanvaarden. Na een eerste afgelasting van de start van operatie 'Product' kreeg generaal Spoor rond 17 juli de order om de troepenmacht in te zetten. Deze inzet startte met het binnendringen van diverse gebouwen in Batavia op de avond van 20 juli 1947............... Ook voor 3-5 RI, als onderdeel van de 'X-brigade', zou operatie 'Product' een belangrijk moment worden tijdens het drie-en-een-half jaar durende verblijf op Java. |
|||||||||||||||||||||||||||||