Situatie
van de Nederlandse burger en militaire geïnterneerden:
In gebieden zoals Thailand, Burma, Singapore en Japan,
waar vele duizenden Nederlanders zaten, waren de Britten
en Amerikanen snel aanwezig. In het geval van Japan
werden alle geallieerde POW's, ook de Nederlandse, snel
afgevoerd; de Nederlanders werden daarbij onder andere
naar Manilla getransporteerd. Sommigen zouden van daaruit
in Oost-Indonesië terecht komen. In Thailand en Burma
liep dit geheel anders. Britse, Australische en
Amerikaanse krijgsgevangenen werden pijlsnel geëvacueerd.
Al voor 1 oktober was iedereen weg! Maar de Nederlanders
echter bleven achter. Het was een ervaring die velen
verbijsterde en verbitterde. Ook het verbod om de kampen
te verlaten werd niet begrepen. Men maakte zich bovendien
zorgen over de vrouwen en kinderen, die veelal op Java
zaten. Toen even later de berichten doorkwamen over het
geweld op Java, leidde dit tot grote onrust.
KNIL-officieren formeerden intussen bataljons (zo'n 10000)
man), die al gauw voor de bezetting van Oost-Indonesië
konden worden ingezet. Eerst in februari/maart 1946 werd
echter een begin gemaakt met de evacuatie van de
resterende mannen! De situatie in Oost-Indonesië en
Borneo was intussen geheel anders. Dankzij aanwezigheid
van twee Australische divisies konden deze gebieden snel
worden bezet. De Australiërs traden zeer efficiënt op:
zij behielden de algehele supervisie, maar stelden de
Japanners allereerst verantwoordelijk voor de handhaving
van rust en orde. Inmiddels waren in Bangkok, Singapore
en in Manilla de al genoemde KNIL-compagnieën geformeerd
uit de voormalige krijgsgevangenen. Deze werden nu,
ondanks hun veelal slechte fysieke conditie, met
Australische toestemming in Oost-Indonesië ingezet en
namen daar de directe verantwoordelijkheid van de
Australiërs over.
Het gaf
de Australiërs gelegenheid om hun troepen snel te
repatriëren. Als gevolg van deze snelle overname door
het KNIL kreeg Nederland al in november 1945 weer de
supervisie over Oost-Indonesië en Borneo in handen. De
situatie op Sumatra was van meet af aan totaal anders,
Britse troepen zouden er pas in oktober landen. Over de
houding van de Indonesische bevolking liepen de meningen
van Britse en Nederlandse waarnemers enigszins uiteen:
van uitgesproken pro-Nederlands tot afwachtend. Zeker is
dat het nationalisme intussen terrein won. De frequentie
van het aantal demonstraties groeide en Japanners droegen
wapens over aan Indonesiërs. Er ontstond een explosieve
situatie, die een toenemend gevaar opleverde voor de
kampen. De contactgroepen zetten nu alles op alles om de
geïnterneerden zo snel mogelijk af te voeren naar de
kust en ze in Padang, Medan en Palembang te concentreren.
De algehele situatie verslechterde aanzienlijk na
aankomst van Nederlandse functionarissen. Met name de
houding van de Japanners werd nu erg onzeker. Toen op 10
en 22 oktober 1945 Britse troepen landden, werd dan ook
een zucht van verlichting geslaakt. Overigens veranderde
de houding van de Japanners na de Britse landing. Zij
ondernamen op Brits verzoek een aantal militaire acties.
De toestand op Sumatra was daardoor eind 1945
betrekkelijk rustig.
Omdat de
Britten afwezig waren, bleef in feite de Republiek
Indonesia in wording en het Japanse leger als
machtsfactor over. Het daadwerkelijk bestuur kwam echter
in handen van de Republiek. De door de Japan benoemde
departementshoofden bleven trouw aan Japan, maar waren in
werkelijkheid steunpilaren van de Republiek. Het eerste
Republikeinse kabinet van Soekarno wordt daarom wel 'dubbelregering'
genoemd.
De Republiek Indonesia kreeg meer aanhang: na 17 augustus
1945 werden overal lokale nationale comité's opgericht.
Eind augustus verklaarde het Indonesische Bestuur zich
voor de Republiek.
 |
Soekarno spreekt het
Congres van het Indonesische Bestuur toe
|
Het
nieuws van de Japanse overgave bereikte de kampen
langzaam. Er heerste dan ook vaak ongeloof. Op de
onafhankelijkheidsproclamatie van de Indonesische
Republiek reageerde men met onbegrip. Diegenen die de
verklaring serieus namen, waren er vanuit het aloude
koloniale superioriteitsgevoel tegelijkertijd van
overtuigd dat de Indonesiërs dit niet zouden kunnen
klaar spelen. Er bestond - mede vanuit een hang naar
herstel van het vertrouwde Indië - een overtuiging, dat
een terugkeer van het Nederlandse gezag noodzakelijk was.
Slechts kleine groepen intellectuelen hadden tijdens de
kampperiode gediscussieerd over de noodzaak om Indië
meer onafhankelijkheid te geven.
Buitengewoon vreemd voor de meeste ex-geïnterneerden was
ook dat er geen einde kwam aan het kampleven. Op verzoek
van Mountbatten bleefde Japanse bewaking aanwezig. Het
enige verschil was dat de voedseltoestand verbeterde en
dat de bewakers nu een geheel andere, vriendelijker
houding aannamen. De geallieerde hulporganisatie, de 'Recovery
of Allied Prisoners ofWar and Internees' kreeg steeds
meer activiteiten. De teams ondervonden bij hun
activiteiten van Indonesische kant in het begin geen
belemmeringen. De duizenden Nederlanders, die inmiddels
op pad waren gegaan op zoek naar hun familie, werden wel
geconfronteerd met het toenemende nationalistisch gevoel
aan Indonesische zijde.
Door Nederlandse
waarnemers werd gerapporteerd, dat er een duidelijk
onderscheid was tussen de lagen van de beroepsbevolking,
die om economische motieven vriendelijk tegenover de
teruggekeerde Nederlanders optraden, en de rest van de
bevolking. De intellectuelen en semi-intellectuelen
gingen alle contact uit de weg en het grote publiek hield
zich afzijdig.
Dit alles betekende
niet dat er onder de oppervlakte geen spanningen waren.
Het betekende ook niet dat de negatieve herinneringen aan
de Nederlandse periode ineens verdwenen zouden zijn en
dat de ontwikkelingen die tijdens de Japanse bezetting in
gang waren gezet niet meer doorwerkten.
Onder de tienduizenden jongeren, die kort daarvoor lid
waren geweest van de uiterst nationalistisch ingestelde,
anti-geallieerd en anti-Nederlands geïndoctrineerde para-militaire
eenheden, was genoeg strijdlust aanwezig. Deze
organisaties waren op 17 augustus in opdracht van de
Geallieerden door de Japanners ontbonden. Tienduizenden
gedemilitairiseerde jongeren waren daardoor op straat
komen te staan. Dat de vrij rustige situatie, die er
desondanks in de eerste helft van september heerste,
omstreeks medio september omsloeg naar toenemende onrust,
is een waarneming die door velen Nederlanders en Indonesiërs,
is gedaan.
 |
Demonstratie in
Batavia op 19 sept. 1945
|
Deze
ommekeer volgde nl. na de komst van de eerste geallieerde
militaire eenheden: de kruisers HMS 'Cumberland' en HMS 'Tromp', op 15 september in de baai
van Batavia. De aankomst van deze Britse en Nederlandse
kruisers werd door vele Indonesiërs gezien als het begin
van een poging om het Nederlands koloniaal gezag te
herstellen, kortom
als een directe bedreiging van de net verworven
onafhankelijkheid.
Het leidde tot een stijgende onrust, die zich in eerste
instantie vooral uitte in een toenemend aantal leuzen,
pamfletten en affiches. Ook de aanwezige ex-geïnterneerden
en leden van de RAPWI-teams werden nu ineens gezien
vertegenwoordigers van koloniaal Nederland.
Botsingen tussen Indonesiërs, RAPWI-functionarissen
en geïnterneerden bleven niet uit. Op 19 september vond
een incident plaats in het Oranjehotel in Soerabaja. Ex-geïnterneerden
hesen hier de Nederlandse vlag; een toegestroomde
Indonesische menigte omsingelde daarop het hotel met de
angstige Nederlanders en verving de driekleur door 'Sang
Merah Putih', het Republikeinse Rood-Wit.
| Een
dag later vond in Bandoeng een incident plaats
waarbij een Indo-Europeaan een Indonesische
bewaker beschoot en, toen een menigte toesnelde,
een Indonesiër om het leven bracht.De begrafenis
van het slachtoffer leidde tot een massale
demonstratie. Het aantal incidenten nam in de
tweede helft van september fors toe. Inzet
vormden doorgaans vlagvertoon, wapenbezit en
huizen. Heel wat Nederlandse huizen waren in
Indonesische handen geraakt en de vroegere
eigenaren eisten nu hun eigendom terug. Niet
alleen Nederlanders vormden doelwit, maar ook
Japanners. Op 23 september bestormden
Indonesische pemoedas in Soerabaja het
hoofdkwartier van de gehate Kempeitai. Het werd
het begin van een massale beweging waarbij overal
overheidsgebouwen en openbare nutsbedrijven door
Indonesische pemoedas werden overgenomen.Ondanks
het toenemend aantal botsingen bleef het geweld
echter tot dan een incidenteel karakter houden.
De Revolutie, die tot dan toe een vrij burgerlijk
en rustig karakter had gedragen, ging nu de
straat op maar miste reële militaire kracht.
Ondanks het toenemend nationalistisch elan waren
de meeste Nederlandse en Britse waar- nemers ter
plaatse er dan ook van overtuigd, dat zij door
doelgericht gewapend ingrijpen nog wel bedwongen
zou kunnen worden. |
|
Er waren
gedurende het grootste deel van september op Java geen
Britse troepen aanwezig. Wel waren er de contactgroepen,
die op Sumatra zo'n belangrijke rol wisten te spelen ten
opzichte van de Japanners. Op Java slaagden deze
contactgroepen er echter niet in, de Japanners te bewegen
tot het handhaven van orde en veiligheid. De Japanse
troepen begonnen zich terug te trekken in eerder in
gereedheid gemaakte kampen. Voor Java was het van het
grootste belang welke houding de Britten bij de
voorgenomen landing op 29 september zouden aannemen.
Mountbatten echter liet zich voorlichten door waarnemers
en zijn vrouw! Zij kwam in contact met een aantal
voormalige Britse krijgsgevangenen, die haar andere
impressies gaven van de situatie. Zij liet zich vooral
inspireren door de uit Zuid-Afrika afkomstige Britse kolonel Laurens van der Post. Deze had zich een eigen beeld
van de situatie gevormd en wist dit nu op Lady
Mountbatten over te dragen. Het kwam er op neer, dat
geheel Java in opstand verkeerde en beheerst werd door
een tot de tanden toe gewapend Republikeins leger van zo'n
100.000 man sterk. Dit verhaal maakte op Mountbatten
diepe indruk. Hij wilde voorkomen dat hij in een kruitvat
terecht zou komen en dat hij daarbij zou worden gedwongen
om een koloniale oorlog te voeren, om zodoende het
Nederlands gezag te herstellen. Mountbatten besloot
daarom zijn bevelhebber, luitenant-generaal sir Philip Christison, de opdracht te geven tot een
zo beperkt mogelijk optreden.
Op 29 september sprak Christison over de radio ter
gelegenheid van de landing van het eerste Britse bataljon
'Seaforth Highlanders' een verklaring uit. Daarbij stelde
hij dat de Britse troepen alleen bepaalde gebieden zouden
bezetten. Daarbuiten zouden de Republiek Indonesia en
Japan verantwoordelijk zijn voor orde en rust. De Britten
waren alleen geland om de evacuatie van de geïnterneerden.
Aan Nederland had men al de eis gesteld van overleg met
de nationalistische leiders. In de tussentijd zouden er
geen Nederlandse troepen op Java worden toegelaten. Deze
verklaring van Christison bevatte in feite twee kenmerken:
- erkenning
van de Republiek
- de
uitspraak dat de Britten niet zouden
ingrijpen
 |
25 okt. 1945
Christison en Soekarno in gesprek
|
|
De
gevolgen bleven dan ook niet uit:
Voor de Republikeinse pemoedas werkte de verklaring als
een vrijbrief en als een enorme stimulans voor de acties
waar men al mee bezig was. Het gevolg was een explosie
van geweld tegen Nederlanders, pro-Nederlandse Indonesiërs,
maar ook tegen het Indonesisch bestuur, de 'Pamong Pradja'.
De verklaring van Christison had ook gevolgen voor de
houding van het Japanse leger, Het leger achtte zich nu
van alle verantwoordelijkheid ontslagen. Nu de Britten de
Republiek Indonesia mede verantwoordelijk hadden
verklaard voor de handhaving van rust en orde, droeg men
massaal alle wapens aan de jongerengroepen over. De
wapenoverdrachten begonnen in Soerabaja, waar alle wapens
op 1 oktober werden overgegeven. Vanaf 3 oktober volgden
Soerakarta, Djokjakarta, Magelang (waar generaal Nakamura
op 13/14oktober zijn wapens overdroeg) en Madioen. In
Semarang vond slechts een gedeeltelijke overdracht plaats,
daar greep op 15 oktober de Japanse majoor Kido in, die
de stad schoon veegde.
| Ook
in Batavia bleven de overdrachten beperkt, omdat
men hieral te veel onder Britse controle stond.
In Bandoeng kwam het niet tot wapenoverdrachten,
omdat na een incident op 10 oktober de
plaatselijke commandant, generaal Mabuchi, besloot in te grijpen.
De pemoedas in West-Java kregen daardoor relatief
weinig wapens in handen. Er ontstond al met al op
Java een bijzonder chaotische situatie. Rond 9
oktober waren alle verbindingen verbroken of erg
slecht. Onder de strijdkreet "siap" gingen nu overal
pemoedas systematisch tot de aanval over op de geïnterneerden
in en buiten de kampen. Overal waren er aanslagen
en vonden er ontvoeringen en moorden plaats. Er
was sprake van een systematische vervolging van
al wat blank was. Niet alleen Nederlanders werden
slachtoffer, maar ook duizenden Indonesiërs. De
burgerlijke fase van de Indonesische Revolutie
werd vervangen door een uiterst gewelddadige 'Pemoeda revolutie'. Hierin was het geweld
dominant van honderden strijdgroepen, die ter
plekke waren gevormd en met Japanse wapens
bewapend. Het kwam er op neer, dat er sprake was
van honderden plaatselijke revoluties zonder
centrale leiding en zonder enig gezag of controle
door de oudere nationalistische leiders. De
Republiek Indonesia kwam in een staat van
volstrekte anarchie terecht. |

|
| Generaal
Soetomo op 10 november 1945, de massa
ophitsend in Soerabaja |
|
| |
|