van |
Mook |
Van
Mooks groeide op in Semarang en volgde de HBS te Soerabaja. Was o.a. lid
van het Indonesisch Verbond van Studeerenden. In 1914 meldde hij zich
als vrijwilliger voor het Nederlandse leger aan. Twee jaar later echter
ging hij in Leiden Indologie studeren.In 1918 deed hij eindexamen voor de
Nederlandsch-Indische administratieve dienst en werd benoemd tot
controleur in Semarang. In 1921 werd hij bevorderd tot raadsman in
agrarische aangelegenheden van de sultan te Djokjakarta. Drie jaar later
werd hij tot assistent-resident van politie te Batavia benoemd.
Daardoor bleven spanningen met Den Haag niet uit, waar men aan de ene kant met de oppositie en de publieke opinie rekening moest houden en aan de andere kant minder inzicht kon hebben in de revolutionaire situatie. Na ontslag van Van Starkenborgh viel aan Van Mook vanzelf de leiding van het Nederlandse bewind in Indonesië in handen.Het bestuursapparaat reorganiseerde hij grondig.Hij kreeg doorlopend met alle controversiële krachten te maken: met de nationalisten, die herstel van het Nederlandse gezag wilden verhinderen en de onafhankelijkheid eisten; met de diverse minderheden in Indonesië, die weer eigen verlangens hadden; met de Engelsen, die het militaire gezag uitoefenden; met Den Haag, waar men niet al te zeer vooruit kon lopen op de stemming en wil van partijen en publieke opinie, die in Soekarno een verrader en Japanse knecht zag en pas na volledig gezagsherstel met de gematigde groep wilden onderhandelen; en met een wereldopinie, die Nederland, van paternalisme beschuldigde. Met al deze
geledingen moest Van Mook, bijna drie
jaar lang
blijven onderhandelen. Van alle betrokkenen was hij zonder twijfel
degene met de grootste kennis van zaken, het meeste overzicht, het
snelste reactievermogen, werd
gedwongen bakens te verzetten. Zijn tactiek was
herstel van orde via onderhandelingen en in samenwerking met de
gematigde nationalisten, die in Sjahrir hun belangrijkste exponent
vonden. Was er altijd op uit ordeherstel als een
gemeenschappelijke zaak van alle partijen te propageren, rekening
houdend met Nederlands militaire en economische zwakte en zijn politieke
geïsoleerdheid. Toch was Van Mook niet principieel afkerig van gewapend
ingrijpen.
Toch werd de verhouding tussen Van Mook en de nieuwe regering - Sassen was Jonkman inmiddels opgevolgd en L.J.M. Beel kwam steeds meer als feitelijke supervisor van de Indische regering naar voren - moeilijker, en toen Den Haag de zaken zelf meer in de hand wenste te nemen en aan Van Mooks zo zelfstandige positie daarmee een einde dreigde te komen, verzocht hij om ontslag, dat hem op 25 oktober 1948 werd verleend. Op 3 november droeg hij het gezag aan Beel over. Hoewel nooit officieel, was hij de laatste landvoogd en werd hij als zodanig ook gezien. Hij verbleef korte tijd in Nederland maar aanvaardde in 1949 een leerstoel aan de Berkeley-University, Californie. In 1951 trad hij in dienst van de Verenigde Naties als deskundige voor Ontwikkelingsgebieden. In 1960 vestigde hij zich in Frankrijk, waar hij vijf jaar later na een korte ziekte overleed. © H.W. von der Dunk |